Diederiks brief aan Johan
Cruijff
een tekst van Erik van Muiswinkel, in 1994
geschreven voor de cabaretiers Diederik van Vleuten en Arie van der Wulp
Arie: Jouw handschrift,
Diederik?
Died: Nee.
Arie: 'Beste Johan. Ik ben heel blij voor je dat het zo goed met je gaat
in Barcelona.'
Died: Dat is mijn handschrift.
Arie: 'Met mij gaat het ook heel goed, dank je. Het is inderdaad heel
erg eenzaam aan de top. Heel je leven vecht je er voor om de allerbeste te zijn
en als het dan eenmaal zover is dan sta je daar helemaal in je eentje op die
eerste plaats. Maar troost je: ik vind het ook heel eenzaam aan de top. Dus je
moet maar denken: eigenlijk staan we daar met zijn tweetjes. Dat is ook wat ons
bindt. Natuurlijk ben ik ook heel trots op je zoon Jordi. Het lijkt me heerlijk
om de zoon van jou te zijn maar het lijkt me nog heerlijker om zo'n vader te
hebben, die altijd alles weet en altijd gelijk heeft. Nou, Johan, ik moet
stoppen, heel veel succes aanstaande zondag. Osasuna-uit lijkt me een eitje.
Hoogachtend, je vriend Diederik.'
Arie: Dus jij schrijft brieven aan Johan Cruijff.
Died: Ja.
Arie: En zo'n brief die doe je in een envelop...
Died: Ja.
Arie: Daar doe je een postzegel op...
Died: Ja.
Arie: En die doe je op de bus.
Died: Ja.
Arie: En die komt dan aan in..
Died: Barcelona.
Arie: In Barcelona.
Died: Johan Cruijff is namelijk trainer van Barcelona.
Arie: Johan komt s'avonds thuis en zijn vrouw Danny zegt: Johan, er is
een brief voor je gekomen. Van Diederik van Vleuten. Uit Amsterdam. En wat zegt
Johan dan?
Died: Ha! Een brief van Diederik van Vleuten uit Amsterdam.
Arie: Nee. Johan zegt: wie is in Jezusnaam Diederik van Vleuten. Daar
heb ik nou in mijn hele carrière nog nooit van gehoord.
Died: Nee. Dat zegt Johan niet. Als ik een brief van Johan Cruijff krijg
zeg ik toch ook niet: wie is in Jezusnaam Johan Cruijff, daar heb ik in mijn
hele carriere nou nog nooit van gehoord.
Arie: Die Johan van jou, schrijft die wel eens terug?
Died: Krijg jij wel eens antwoord na het bidden?
Arie: Ik dacht niet dat dat hetzelfde was.
Died: O nee? Johan Cruijff. De Verlosser. El Salvador. De Magier van de
Meer. Het Orakel van Ajax. De Tovenaar van Nou Camp.
Arie: Zegt me allemaal niks.
Died: Amsterdam-Oost. Betondorp. Een bleke magere jongen met een bal.
Dag in dag uit, dag in dag uit, volgens de wetten van de straat. Wie verliest
valt af en vallen doet pijn. Dus je zorgt dat je nooit valt. Je zorgt dat je
nooit verliest. Als hij dertien jaar is steekt hij de weg over, naar de
stadion. Een kleine bleke jongen. Alleen. En van daaruit begint zijn zegetocht
over de wereld.
Arie: Weet je wat het met jou is? Jij hebt geen gevoel voor
verhoudingen.
Died: Ik kom dan ook niet uit IJmuiden.
Arie: Johan Cruijff is een gewoon mens.
Died: Maar natuurlijk, Arie. Daarom staat'ie ook bij Madame
Tussaud. Tussen Mitterand en Thatcher in.
Arie: De legendarische voorhoede Mitterand, Cruijff, Thatcher.
Died: Ik geef toe: het is geen gezicht.
Arie: Dat dacht ik ook.
Died: Want maar liefst vijfhonderdmiljoen mensen kennen Mitterand en
Thatcher...
Arie: Juist.
Died: En slechts drie-en-een-half-miljard mensen kennen Johan Cruijff.
Arie: Diederik, Johan Cruijff is gewoon een mens.
Died: Nee.
Arie: Als'ie dorst heeft moet hij drinken, als'ie moe is moet'ie slapen
en als hij een brood wil moet hij naar de bakker.
Died: Johan komt nooit bij de bakker.
Arie: O. Johan eet geen brood.
Died: Nee. Danny doet de boodschappen.
Arie: Want Johan heeft het natuurlijk te druk.
Died: Als Johan zelf bij de bakker komt staat het verkeer in Barcelona
meteen muurvast.
Arie: Johan Cruijff gewoon een mens die toevallig aardig tegen een
balletje kon trappen.
Died: Kan trappen. Je zei kon, dat moet zijn kan. Johan is bijna vijftig
jaar maar schiet nog iedere dag op de training bij Barcelona van veertig meter
afstand met buitenkant rechts een luciferdoosje van de lat.
Arie: Lijkt me heel nuttig om dat te kunnen.
Died: Daar gaat het niet om.
Arie: Waar gaat het dan wel om?
Died: Hij kan het ook met
buitenkant links. Trouwens, Johan is ook heel slim.
Arie: Ja.
Died: Johan moest voor het eerst naar Barcelona. Maar Johan wist als je
in het buitenland een taxi neemt word je dus altijd genaaid. Dus wat doet
Johan?
Arie: Hij neemt de bus.
Died: Hij koopt een plattegrond van Barcelona, stapt in de taxi en wijst
de chauffeur de kortste weg naar het stadion. Kun je je voorstellen?
Arie: Nee.
Died: Die chauffeur rijdt daar al 25 jaar en Johan wijst hem de weg.
Arie: Bravo Johan.
Died: Ander voorbeeldje. Johan komt na Barcelona terug bij Ajax. Ha,
dacht iedereen, die komt alleen maar z'n zakken vullen: Wat kan een vent van 35
nou nog helemaal. En wat doet Johan bij zijn rentree in Amsterdam?
Arie: Hij koopt een plattegrond.
Died: Op 6 december van het jaar
onzes Heren 1983, om tien over drie in de middag ziet Johan dat de keeper van
de FC Haarlem 7,3 centimeter te ver voor zijn doel staat en dus speelt Johan
drie man uit en schiet de bal van veertig meter met buitenkant rechts over de
keeper in de kruising. Was'ie helemaal naar Amsterdam teruggekomen om de wereld
nog een keer te laten zien hoe het spel eigenlijk gespeeld moet worden.
Arie: En daar mag jij gewoon Johan tegen zeggen?
Died: Hij mag toch ook Diederik tegen mij zeggen. Je zegt toch ook niet
mijnheer van Rhijn, mijnheer van Nazareth. Het is Rembrandt, Jezus, Johan.
Arie: Ja hoor, Died.
Died: En nou denk ik heel vaak: Wat zal de vader van Johan ongelofelijk
trots zijn op zijn wereldberoemde zoon.
Arie: Die is dus dood!! Toen Johan 12 was ging zijn vader dood.
Died: Drie-en-een-half-miljard mensen kennen Johan Cruijff alleen zijn
eigen vader heeft hem nooit zo gekend. Dus al die bekers, cups, en titels zijn
voor niks geweest...Eigenlijk is Johan helemaal voor niks geweest.
Arie: Nou, zo zou ik het niet willen zeggen..