F-SIDE
een tekst van Freek de Jonge
Het kon geen toeval zijn. Jarig en als begeleider van de Ajax-supporters in de bus mee naar PSV. Of was het andersom? Ik dacht: Ik ga op gevulde koeken trakteren. Hoe eerder die knapen weten dat ik aan hun kant sta, hoe beter. Tijdens het scheren riep ik om er alvast een beetje in te komen: 'PSV dood' en sneed me daarbij zo ongenadig in mijn wang, met die Philishave, dat het bloed door het scheerschuim spoot. Rood-wit. Dat kon geen toeval zijn.
Toen ik bij het stadion aankwam hadden zich al duizenden supporters die wel eens door een prominente Nederlander, want ik was niet de enige, begeleid wilden worden, voor de hekken verzameld. 'D'r kenne maar vijfhonderd mn met de bussen mee,' zei de enige suppoost achter het hek. 'DAT ZULLEN WE NOG WEL EENS ZIEN!', brulden de supporters en drukten de hekken achterover, waardoor de suppoost als voorgebakken frites door de spijlen kwam. Ze stormden langs de loketten. Een jongen sloeg een ruitje van de kassa in en mocht gratis doorlopen met een slagaderlijke bloeding. De dokter zei: 'Die moet wel gehecht worden.' Maar de jongen was niet zo aan zijn leven gehecht.
Groot tumult bij het supportershome. Een van die knapen had tegen Sjaak Swart, ook een prominent, gezegd: 'Vuile, vieze teringkankerjood.' Dat had hij echter niet zo bedoeld en toen Sjaak zijn excuses had aangeboden praatten we nergens meer over. Wat was ik populair bij die knulen! Het leek wel of ze allemaal met mijn bus meewilden! 'Dat gaat niet, jongens,' zei de chauffeur. 'DAT ZULLEN WE NOG WEL EENS ZIEN!!' Ze duvelden de chauffeur de bus uit. Dit ging mij als leiding te ver. Ik zeg: 'Jongens, als jullie niet onmiddellijk ophouden, deel ik geen gevulde koeken uit.' Ja, je moet die knapen gewoon aanpakken. Al dat halfzachte gedoe met die voetbalpasjes, dat leidt tot niets. Ze namen me op de schouders en begonnen te zingen: 'Lang zal die leven, lang zal die leven!' Steeds dichterbij kwam de sloot. Ik werd gered door de bel. Tijd om te vertrekken.
De supporters doken de bus in en klommen ongevraagd door de nooduitgang het dak op. Maar als iemand het verboden had, hadden ze het ook gedaan. We gingen op pad. Twee dijnenvegers voorop. Eigenlijk is het mijnenvegers. Maar die knapen kennen het verschil tussen mijn en dijn toch niet. Daarachter dertien lege bussen en dertien volle daken. Dat was lachen geblazen bij de viaducten. Bij Vianen gooide ik mijn traktatie erin en werd nogmaals toegezongen. 'PSV dood!' Ik hield vier gevulde koeken over. Door die viaducten natuurlijk!
We kwamen op het stuk tussen Den Bosch en Eindhoven met al die stoplichten, waardoor je ook nooit zin hebt om nar Eindhoven te gaan, waar je trouwens ook niets te zoeken hebt als Ajax thuis speelt. Mensen stonden langs de kant te zwaaien of we net van het front terugkwamen. Terwijl we er juist naar op weg waren. 'PSV dood!' We waren nu zo dicht bij het stadion dat we de lichtmasten al konden zien. Dat was een volkomen onnodige provocatie van Philips. Op klaarlichte dag vier lichtmasten neerzetten! 'PSV dood!'
We kwamen bij het stadion aan. We stomden de bus uit. De politie riep: 'Een ogenblikje, we zijn nog niet zover.' 'DAT ZULLEN WE NOG WEL EENS ZIEN!!!' Uiteindelijk mochtenwe erin. Ze hadden ons vak leeggelaten. Een clever idee van de PSV-manager. Maar gelukkig stonden hun supporters dicht genoeg bij, zodat we niet de hele tijd op de wedstrijd hoefden te letten. 'PSV dood!' Daar kwamen de spelers en de scheidsrechter het veld op. We rolden een kolossale supportersvlag boven onze hoofden uit en hoorden het beginsignaal. Toen we de vlag weer ingerold hadden stond Ajax met twee-nul achter. Een jongen gooide een rol WC-papier het veld op en riep: 'De mijne veeg ik niet!'
We zagen wel in dat 'PSV dood'te hoog gegrepen was. Dan maar een paar supporters. Enkele van ons stormden nar de hekken die onze vakken scheidden. 'Die hekken zijn te hoog, jongens,' riep de ME. 'DAT ZULLEN WE NOG WEL EENS ZIEN!!!!' 'Pas nou op voor die punten!' 'Welke punten?' vroeg en jongen met een overslaande stem die niet meer terugsloeg. Het werd vier-een voor PSV. We reden terug met de bus. Nou heb je in zo'n bus van die neonlampjes, die je zo uit de fitting trekt. En als je er dan twee tegen elkaar slaat, gaan ze stuk. En dan heb je van die banken, als je daar je stiletto in zet, scheurt de hele bekleding open. En dan heb je van die bagagenetten, als je daar met achttien man aan gaat hangen, komen ze naar beneden. Met achttien man. We kwamen bij het stadion aan. Als je vroeger na een schoolreisje aankwam, kropen alle kinderen onder de banken en speelden de ouders verbaasd: 'Waar zijn de kinderen?' Dan sprongen die overeind en brulden met schorre stem: 'Onder de banken!' Nu stonden onze ouders ons op te wachten en ze vroegen zich af: Waar zijn de banken?